alttxt

Dierenverloskunde

Inseminatie

Ook de inseminatie van uw runderen verzorgen wij voor u. Wij hebben een groot aanbod van zowel vleesstieren als melkstieren. In overleg zijn alle beschikbare stieren te leveren.

Koevruchtbaarheid
Invloed van de veehouder:

De veehouder beïnvloed zelf heel direct de uitkomst van de vruchtbaarheidskenmerken. Er zijn tenminste vier hoofdpunten aan te wijzen waarop de veehouder invloed uit kan uitoefenen, namelijk:

  • de tochtigheidswaarneming 
  • het gekozen tijdstip van inseminatie tijdens de tocht 
  • de plaats van insemineren in de stal 
  • het bevruchtend vermogen van de gebruikte stieren

Het is belangrijk in welk stadium van de tocht de koe of de pink voor inseminatie wordt aangeboden. Het sperma moet in het geslachtsorgaan van de koe zijn op het moment dat de eisprong plaatsvindt. Te lang van te voren insemineren vermindert echter het bevruchtend vermogen van het sperma. Zowel sperma- als eicellen hebben een beperkte levensduur. Daarom moeten de inseminatie en de eisprong op elkaar zijn afgestemd. Gebeurt dat niet, dan zal er geen bevruchting plaatsvinden, of zal de bevruchte eicel onvoldoende levenskrachtig zijn en sterven. Aan de koe zelf is dan niets te merken en zal weer opnieuw tochtig worden.

De kans op bevruchting is het grootst door aan het einde van de werkelijke tocht of het begin van de natocht te insemineren. Dit betekent dat de kans op bevruchting het grootst is op 12 tot 20 uur na het begin van de tochtigheid.

In tegenstelling tot de huidige opvattingen blijkt een groot deel van de koeien niet normaal cyclisch te zijn, dat wil zeggen dat ze niet om de 21 dagen tochtig worden. Bij insemineren in de eerste cyclus na afkalven is de kans op succes klein, omdat de cyclus in de meeste gevallen niet normaal is. Bij de tweede inseminatie heeft een groter deel van de koeien weer een normale vruchtbaarheidscyclus. Door bij hoogproductieve koeien later met insemineren te beginnen, wordt de kans op dracht groter.

De eisprong vindt in het algemeen 18 tot 36 uur na het begin van de tochtigheid plaats, dus of in de werkelijke tocht of in de natocht. Het is echter moeilijk het begin van de tochtigheid vast te stellen.

Bos Veeservice adviseert voor u het meest optimale inseminatiemoment:

  • Dieren die s’ morgensvroeg tochtig worden gezien
    kunnen het best dezelfde dag nog worden geïnsemineerd
  • Dieren die in de loop van de dag tochtig worden gezien
    kunnen het beste de volgende morgen vroeg voor inseminatie worden aangeboden.

 

  • Aan deze website kunnen geen rechten worden ontleend
  • Copyright © BosVeeservice